Homepage

 Levensechte wolkjes...
 vrije tijd in de spotlight
 Tijdens het schilderen....
 Schilderen als Bob Ross...
 Dezelfde avond nog naar...
 Atelierwinkel Fatamorgana..
 Happy Accidents
 Bob Ross is dood, maar...
 Bob Ross
 Geen angst voor...
 Bob Ross leeft (telegraaf)
 Kleur in de P.K.D straat















Bob Ross leeft door: Marie-Thérese Roosendaal

Zeg je Bob Ross, gaan mensen grinniken: „Daar viel je altijd zo lekker bij in slaap.” Cult was de televisieschilder, maar met zijn nat-in-nat-techniek bracht de Amerikaan miljoenen aan de kwast. En nu, precies twintig jaar na zijn dood, worden er nog steeds cursussen volgens zijn methode gegeven. Meesterwerk in een middag! Verdorie, loopt de geelnuance in de lucht tóch over in het hemelsblauw. Nelie Meininger heeft nog zo gewaarschuwd. „Pas op, geel met blauw maakt groen.” Grrr, een groene veeg. Bij nader inzien eigenlijk best mooi, net het noorderlicht. En Nelie zei toch ook: „Fouten kun je niet maken, het zijn allemaal happy little accidents.”


De kunstenares spreekt de taal van de meester. Bob Ross leeft, al is hij al 20 jaar dood. Nog overal worden cursussen met zijn nat-in-nat-techniek gegeven. Landschapsschilder Ross, de man met het machtige afrokapsel. Cult werd hij met zijn televisieserie The Joy of Painting. In dertig minuten gaf de opgewekte Amerikaan al praktiserend instructies hoe je een schilderij maakt. Volksstammen sukkelden in een vredige slaap bij zijn hypnotiserend kalme stemgeluid, generaties stappers zaten tot diep in de nacht lodderig naar een herhaling te staren. Paul de Leeuw persifleerde hem, en hij was lang niet de enige.

Kerstboompje

You put a happy little tree in here en hup, daar stond al een uit de kluiten gewassen blauwspar op het canvas. En dan plantte Bob er, met zichtbare lol, altijd een klein kerstboompje naast: Even a tree should have a friend. Zelfs een boom heeft een vriendje nodig. En ook schapenwolkjes zijn niet voor de eenzaamheid geboren. Vaste ingrediënten: een beekje, een waterval, rotsblokken, een besneeuwde bergtop, een zwart woud. Met bruin nog even een bouwvallig schuurtje en wat dode takken erin. Klaar, een landschap in een half uur. En tussendoor ragde Ross met veel kabaal zijn kwasten schoon over een roostertje of langs een tafelpoot. Miskende en jaloerse collega-schilders deden zijn werk denigrerend af als fastfood. Miljoenen amateurs over de hele wereld verfden gezellig en stap voor stap met hem mee. Voor Ross en zijn volgelingen was schilderen puur plezier.

  

Nelie Meininger van studio Fata Morgana in Vlaardingen geeft - onder meer - Bob Ross-cursussen. „Ik ben gecertificeerd, ik moest de nat-in-nat-techniek helemaal onder de knie hebben.” De vuurproef? „Amateurs binnen anderhalf uur een landschapje laten maken. En dat lukt, jazeker.” „Ik ben er in 2004 mee begonnen. Toen was Ross al lang dood, maar gelukkig werden zijn filmpjes in het weekeinde om het uur uitgezonden. En nu zijn er nog genoeg op Youtube te vinden. Het publiek is hem nooit vergeten. Ik geniet van de cursus, of het nu om teambuilding voor een bedrijf gaat, een verjaardagsfeestje of individuen, de reacties zijn altijd leuk. Soms zijn de groepen acht man groot, soms heb ik zestig cursisten. Mensen staan versteld over hun eigen kunnen en het resultaat: ’wow’, geweldig, een echt schilderij mee naar huis.”

Twintig jaar woonde ze in Toronto, Canada, het land waar Bob Ross-landschapjes de dagelijkse werkelijkheid zijn. „En daar heb ik dus Bob Ross-les gegeven aan mijn vriend, een indianenchef. De wereld andersom.”

 

Ze is veelzijdig, aan de studiomuren hangt haar eigen kleurrijke werk, naast fresco’s van haar eigen hand. Ook geeft ze Gary Jenkins-les. Jenkins is de opvolger en volgens de fervente Bob-aanhang de na-aper van Ross. Ook zijn techniek is nat-in-nat, maar deze televisieschilder beperkt zich tot rozen, hortensia’s en andere flora.

 

Op de tafeltjes staan de ezels klaar, en een blik met penselen en een palet van plexiglas. Rumoerig komt een deel van de familie Noordermeer binnenvallen. Een broer en twee zussen uit een gezin van twaalf, een schoonzus en twee van haar vriendinnen. „Ik heb deze cursus aan mijn vrouw cadeau gedaan voor haar verjaardag”, zegt de broer. Als enige man tussen tien vrouwelijke cursisten, wordt hij meteen ’dé Bob’ genoemd. „Bob, wat heb je met je haar gedaan.” De gemoedelijke Hagenaar strijkt grinnikend over zijn dunnende kruin. „Ik heb wel eens een deurpost geschilderd, maar verder heb ik nog nooit een kwast vastgehouden. Zal me een kliederboel worden.”
Kan een verslaggever een bloedhekel hebben aan participerende journalistiek, meedoen moet. Tegenstribbelen – ’mens, ik kan nog niet eens netjes binnen de lijntjes kleuren’ – werkt niet bij Nelie Meininger. „Echt iédereen kan het en je móet het ervaren, anders maak je er geen goed verhaal over.” Er helpt geen lievemoederen aan. Een keukenrol heeft ze voor me klaargezet en een vers pak vochtige doekjes. „Die ga je allemaal nodig hebben.” Toe maar, dat moet genoeg zijn voor een mislukkeling huilbui.

Assistente Judy draagt een plastic schort aan. „Aandoen, natuurlijk ga je knoeien.” D’r zit maar één ding op: uit het vizier blijven van de selfies makende anderen.

 
Bergtoppen

 

Meeste stemmen gelden, we moeten kiezen uit twee landschapjes. Nou bevatten ze allebei alle Ross-elementen – dennenbomen, besneeuwde bergtoppen en een meer - dus staan we niet lang in dubio. Judy verstrekt een klodder ’vloeibaar wit’, de basis en ondergrond van nat-in-nat. Meininger doet voor hoe je het hele witte doek van 30 bij 40 centimeter eronder krijgt met ’kruissteekjes’. „Maak het niet té nat.” Vegen met die kwast. Eitje! O nee, daar wijst de gedienstige Judy op overgeslagen plekjes. „Kijk maar met het licht mee, daar is het nog droog en daar.”

Met herrie en plezier worden de kwasten uitgestreken op een roostertje boven een emmer. „Niet spetteren op mijn schilderijen”, verzoekt Nelie Meininger. Even de kwastharen uitknijpen in een stuk keukenrol. Uit de tubes die door de ragebol-beeltenis van Ross worden gesierd, komen klodders geel, roze en hardblauw op het palet. „Rustig aan met dat blauw, daarin zitten veel pigmenten, en dat geeft gemene vlekken op kleding.” Buurvrouw Marja heeft al een halve scheerschuimbaard van vloeibaar wit op haar kin gecreëerd. Aha, daar zijn die vochtige doekjes dus voor. En dan krijgen we ook nog het diep donkere ’mountainblue’. „De Bob Ross-mix.”

Met lichtblauw en vleugjes roze en geel zet Nelie snel een hemel op het doek. En wij ook. Een prachtige zonsondergang. Of zonsopgang, het is maar net hoe je het wilt zien. Ze schetst een berg, enthousiasmeert: „Niet precies nadoen, maak je eigen bergen maar, geef er je eigen signatuur aan. Ik verzeker jullie dat er straks niet één schilderij hetzelfde is.” Haagse ’Bob’ heeft al de contouren van een kloek exemplaar neergezet. „De Mount Everest”, geint de ene zus Noordermeer. „Maar hoe dóe je het?” Familietrekje: zijzelf kan het ook. Wij allemaal trouwens. Een wolkenloze hemel, de hele Pyreneeën. Even de kwasten opschonen. De keukenrol slinkt snel richting karton.

Nelie staat alle cursisten terzijde, adviseert, corrigeert, enthousiasmeert, prijst. Ze lacht. „Achter heb ik een stuk of zestig eigen Bob Rossjes staan. Allemaal onaffe voorbeelden. Ik kom zelf altijd net niet aan het laatste stukje toe.” Dan demonstreert ze met een paletmes hoe je met ’dik wit’ sneeuw maakt. „Eerst met het mes een rolletje van het palet oppakken, afsnijden, dat plat tegen het doek leggen en draaien.” Gelukkig doet ze het een paar keer voor. „En draai…” Zweet parelt op tien voorhoofden. Hup, draai naar rechts. Creatief met sneeuw. Een dik pak! Zien is geloven, daar staat een heuse bergkam. „Top”, roept één van de Noordermeertjes verrukt uit. „Lawinegevaar!” Eilandjes

 

En dan zijn alle cursisten gegrepen door het schildersvirus. Daar staat een meer, aan de overkant een rijtje dennen. Doortrekken over het water, voilà een spiegeling. Eilandjes erin. „En dan nu een dapperheidsmomentje”, lacht Nelie. Zet met één ferme haal de stam van een boom neer. Eén rechte streep, op de voorgrond, dwars door de berg heen, door de lucht… Daar is moed voor nodig. Onder vlugge horizontale kwastbewegingen wordt het een fraaie spar. Met een klein gelukkig vriendje ernaast, uiteraard. Geel wordt door het donkergroen gespikkeld. „Net of het licht erop valt.” Wit aan de waterkant. Bosjes, struiken en mossen van koningsdag-oranje, okergeel en mosterdgroen. Een zompig modderpad met blauwe vegen. „Zo lijkt het of de lucht erin wordt  weerspiegeld.” Eén zus Noordermeer heeft met gevoel voor humor de hoogste bergtop met een kruis gemarkeerd.

In een middagje zetten we ware meesterwerken neer. Zo goed dat het thuisfront een half uur lang weigert te geloven dat het van eigen makelij is. Eenmaal overtuigd –
’echt, écht waar’ - gaat het gesprek ineens over lijstenmakers. „Je moet
het nog wel eerst signeren.” Dat hoeft niet. Op het eerste het beste
feestje herkennen twee vijftigers het schilderij op de selfie in één
oogopslag. „Dat is een Bob Ross!”


 


© 2016 Nelie Meininger / Studio Fatamorgana.